HENDRIK CASIMIR II
vorst van Nassau-Dietz,
graaf van Katzenelnbogen, Vianden en Spiegelberg,
baron van Liesveld
HENDRIK CASIMIR II vorst van Nassau-Dietz, graaf van Katzenelnbogen, Vianden en Spiegelberg, baron van Liesveld
Zoon van * Willem Frederik en * Albertine Agnes
‘s-Gravenhage 18/28 januari 1657 – Leeuwarden 15/25 maart 1696
Trouwt Dessau 16/26 november 1683 Amalia van Anhalt-Dessau
Hendrik Casimir is zeven jaar oud bij de plotselinge dood van zijn vader in 1664. Krachtens de hem verleende survivance (recht op erfopvolging) volgt hij deze op als stadhouder en kapitein-generaal van Friesland, Groningen en Drenthe. Voorlopig echter treedt zijn moeder op als regentes. De prins krijgt een zeer strenge opvoeding waarin hem voortdurend -en tot groeiende ergernis van de knaap- de zo capabele en voorname Willem III tot voorbeeld wordt gesteld. Aan de ‘lieven Hendrik’ schrijft Albertine Agnes in 1666: ‘Mijn neef de Prins van Oranje, vindt dat gij niets doet, daarom hoop ik dat gij u zult inspannen …Gij hebt dat mooie voorbeeld van mijn neef…volg zijn voetsporen… Uw brief zit vol spelfouten, doe uw best om dat te verbeteren’. Als hij zeventien is, voegt Hendrik Casimir zich bij het leger van de bewonderde Prins van Oranje. Bij zijn deelname aan de slag bij Seneffe in 1674 raakt hij door een val van zijn paard ernstig gewond met een chronische borstkwaal als gevolg. Kort daarop geraakt hij in onmin met Willem III over het recht van officiersbenoemingen in de Fries-Groningse regimenten. Uit wrevel hierover trekt de eigenzinnige en driftige vorst zich terug uit het Staatse leger.
In 1679 aanvaardt Hendrik Casimir de volle uitoefening van zijn stadhouderlijke waardigheden. De beperkte instructies van de Staten van de drie gewesten krenken echter zijn eerzucht. Friesland heeft in 1664 een instructie opgesteld die voorschrijft dat de stadhouder bij alle benoemingen moet samenwerken met de Friese Gedeputeerden. Op de keus van deze heren heeft Hendrik Casimir echter nauwelijks invloed. Drie van de vier kwartieren van de Friese Staten bestaan uit afgevaardigden van de dertig Friese grietenijen, op het bestuur waarvan de stadhouder geen greep heeft. Zelfs is hem het stemrecht verlenend grondbezit binnen de provincie verboden. Met de Prins van Oranje heeft Hendrik Casimir II voortdurend wrijving over vooral militaire aangelegenheden. Zowel zijn moeder als zijn tante Henriëtte Amalia, die tevens zijn schoonmoeder is, stelt talloze pogingen in het werk om de neven te verzoenen. Eerst in 1689 gelukt dit met een bezoek van de Friese stadhouder aan de inmiddels koning geworden Willem te Londen. Hierop wordt Hendrik Casimir benoemd tot derde veldmaarschalk in het Staatse leger en de volgende jaren neemt hij deel aan diverse oorlogshandelingen. Wanneer hij na de dood van de eerste veldmaarschalk echter niet tot diens opvolger wordt benoemd, verlaat hij morrend en verbitterd het leger en keert terug naar Leeuwarden (1694). Aan de volgende veldtochten doet hij niet meer mee. Hij is dermate ontstemd dat hij midden in de oorlog op eigen gezag geheime betrekkingen aanknoopt met een afgezant van het vijandelijke Frankrijk. Met tact en beleid weten zijn echtgenote en de raadpensionaris Heinsius een verzoening met de stadhouder-koning te bewerkstelligen. Hendrik Casimir keert echter niet meer naar het leger terug. Zijn vroege dood in 1696 is mede het gevolg van de oorlogskwetsuur in 1674.LITERATUUR
– Gabriëls; Kleyn; Schulten 1988.
– Luuc Kooijmans: Liefde in opdracht. Het hofleven van Willem Frederik van Nassau, Amsterdam 2000.