ANNA
prinses van Groot-Brittannië en Ierland
prinses van Hannover
ANNA prinses van Groot-Brittannië en Ierland, prinses van Hannover, hertogin van Brunswijk-Luneburg, Prinses Royaal
Dochter van George II koning van Groot-Brittannië en Ierland, keurvorst van Hannover, en Carolina markgravin van Brandenburg-Anspach
Herrenhausen bij Hannover 2 november 1709- -‘s-Gravenhage 12 januari 1759
Trouwt Londen 25 maart 1734 * Willem IV
De Duitse prinses Anna groeit op in Engeland waar de familie sedert de troonsbestijging van haar grootvader George I woont. Door familieruzies en de schaamteloze levenswandel van zowel haar vader als haar grootvader heeft Anna geen aangename jeugd. George I onttrekt Anna’s vader aan het ouderlijk gezag en houdt haar moeder zoveel mogelijk van haar weg. De prinses royaal krijgt desondanks een goede educatie. Zij is kunstzinnig en houdt van borduren, schilderen, ivoorsnijden en muziek. In dit laatste is de componist Handel haar leermeester. Haar ‘mariage de raison’ met de lager in rang staande Willem IV is een succes voor de Friese Nassaus en versterkt de positie van de dynastie. Blijkens de omvangrijke, vrijwel dagelijkse correspondentie tussen Willem en Anna verbindt hen weldra een diepe genegenheid. ‘Mijn hoofd en hart behoren alleen jou toe’, schrijft ‘Chère Annin’ aan haar ‘Pépin’, ook afgekort tot Pip. Het leven in het bij Londen vergeleken nederige en provinciale Leeuwarden is voor de prinses in het begin moeilijk. Bovendien kan zij het niet goed vinden met haar zo anders geaarde schoonmoeder Maria Louise. Na Willems verheffing in 1747 verandert Anna’s leven grondig. De familie verhuist naar ‘s-Gravenhage en vestigt zich in het Stadhouderlijk kwartier. Het met het Binnenhof verbonden ‘Huis van Albemarle’ (gebouwd door A.J. van Keppel, graaf van Albemarle, gunsteling van Willem III) wordt ingericht als verblijfplaats van Anna. Zij heeft politieke ambities en wenst haar man daadwerkelijk te steunen in zijn zware taak. Daarom is zij aanwezig bij politieke beraadslagingen, neemt initiatieven, bemiddelt, adviseert in benoemingen. Na de dood van Willem treedt zij op als gouvernante (1751-1759). De trotse en eigenzinnige prinses toont in deze functie weliswaar ‘flegme en fermeteit’, doch komt niet tot enige vernieuwing in het bestuur van de vermolmde Republiek. Haar legalisme en gebrek aan staatkundig inzicht, haar impulsieve lichtgeraaktheid maar ook haar zwakke gezondheid doen haar te kort schieten in het bestuur van de Republiek. Men noemt haar ‘een onversettelijk mensch…nae wijnig of geen raed luisterende, soo stijf op haer stuk’. Tijdens de toenemende politieke spanningen in haar laatste jaren noteert men van de gouvernante dat ‘de nederhanging van het hoofd vermeerderde en de daghslaep nam toe’. De dood komt min of meer als een verlossing, getuige haar uitspraak ‘dat er sedert het verlies van haar gemaal geen dag was voorbijgegaan dat ze niet verlangd had de wereld te verlaten’. Zoals gebruikelijk in die tijd wordt de overledene enige dagen ‘op een paradebed tentoon gesteld’. Zovelen komen haar de laatste eer betuigen dat er ‘grote confusie’ ontstaat. Van de kamer en het paradebed bestaat een nauwkeurige beschrijving: het gebalsemde lijk van Hare Koninklijke Hoogheid ligt in witsatijnen kleed alsof zij sluimert. Aan weerszijden van het bed zitten rouwende hofdames, edellieden en adjudanten. De gehele kamer is zwart behangen, van boven en rondom versierd met festoen en fries van zilvermoire en met zilveren tranen bezaaid. Aan het hoofdeinde staan doodlusters met brandende waskaarsen. Aan het voeteneinde twee verzilverde gueridons met elk zestien was kaarsen; hiertussen de kroon en de koninklijke mantel op een taboeret. Op 23 februari 1759 wordt Anna te Delft begraven.
LITERATUUR
– V. Baker-Smith: A life of Anne of Hannover, Princess Royal, Leiden 1995.
– N.J. Bootsma: De Hertog van Brunswijk, Assen 1962
– Idem: ‘Prinses Anna van Hannover’, in: Voor Rogier. Een bundel opstellen (Hilversum 1964), pp. 127-146.
– S. Fokke: Afbeeldingen van de kamer en ’t Parade-bed waarop het lyk van H.K.H. Prinses Anna, ‘s-Gravenhage 1759.
– J.J. Huizinga (red.): Van Leeuwarden naar Den Haag. Rond de verplaatsing van het stadhouderlijk hof in 1747, Franeker 1997.
– R.G. King: ‘Handel’s travels in the Netherlands in 1750′, in: Music and letters, 72 (1991), pp.372-386.
– G.J. Schutte: ‘Gouvernante Anna, Anna van Hannover’, in: Tamse (1982), pp. 147-168.