Anna Charlotte AMELIA
prinses van Nassau en Oranje
Anna Charlotte AMELIA prinses van Nassau en Oranje
Dochter van * Johan Willem Friso en * Marie Louise van Hessen-Kassel
Leeuwarden 2/13 oktober 1710 – Durlach 18 september 1777
Trouwt Leeuwarden 8 september 1727 Friedrich erfprins van Baden-Durlach 1703-1732
Deze ook Fries sprekende prinses logeert in haar jeugd vaak op het buiten Oranjewoud van haar familie. Na haar huwelijkvolgt zij haar man naar zijn land. Sinds 1563 resideren de markgraven van Baden in de Karslburg in Durlach. Amelia’s schoonvader, markgraaf Karl Wilhelm, besluit echter de residentie te verleggen. Hij laat in de nieuw gestichte stad Karlsruhe een slot bouwen, dat hij in 1718 betrekt. Hierheen verhuist ook de Friese prinses Amelia na haar huwelijk met de erfprins. Ze krijgt twee zoons, Karl Friedrich (1728-1811) en Wilhelm Ludwig. Maar het gaat de erfprinses niet goed. Vooral na de geboorte van haar tweede kind in januari 1732 verslechtert haar geestelijke toestand zich. Ze lijdt aan religieuze waanvoorstellingen en aan hevige uitbarstingen van agressiviteit. Daarna vervalt ze herhaaldelijk in een volledige zwakte, waardoor de omgeving denkt dat ze dood is. De artsen staan voor een raadsel. Zij proberen haar onder meer met mineraalwaterkuren te genezen – vergeefs. Kort daarna, in maart 1732, overlijdt Amelia’s echtgenoot onverwachts. Haar oudste zoontje wordt daarop de nieuwe erfprins. Met haar kinderen verhuist prinses Amelia naar het oude slot te Durlach. Hier woont haar schoonmoeder Magdalene Wilhelmine sinds 1719 gescheiden van haar man, de markgraaf. Amelia krijgt twintig man personeel om haar te verzorgen. De rest van haar leven – nog 44 jaar! – is zij krankzinnig. Haar eigen moeder in Friesland toont zich in het begin zeer ongerust en hoopt op herstel. Als dit onmogelijk blijkt, schrijft zij haar zoon * Willem IV: `Heb toch zoveel medelijden met uwe ongelukkige moeder. Gij zijt nu mijn enig kind.’ In 1734 brengt Willem een bezoek aan zijn zuster. Hij treft Amelia in 1734 geheel apathisch aan in een donkere kamer waar zij koffie drinkt. De opvoeding van Amelia’ s twee kinderen wordt verzorgd door haar schoonmoeder Magdalene. Als in 1738 de oude markgraaf Karl Wilhelm overlijdt, neemt Magdalene het regentschap op zich voor Amelia’s jonge zoon Karl Friedrich, de nieuwe markgraaf. Jaren later, na Amelia’s dood in 1777, schenkt hij de Stadtkirche van Karslruhe `zum Andenken an unseren Hochseligen Frau Mutter Gnaden’ twee zilveren kelken, die waarschijnlijk tot haar bruidsschat behoorden.
LITERATUUR
– B. Bilker, ‘Anna Charlotte Amelia 1710-1777, het ongelukkige leven van een Leeuwarder prinses’, in: Leovardia 5 (2001), p. 9-12.
– J.M. Fritz: `Twee bekers van de Leeuwarder zilversmid Andele Andeles (1689-1754) in de Stadtkirche te Karlsruhe’, in: Antiek (1983/1984), p. 76-78.- Sönke Lorenz (red.): Das Haus Württemberg. Ein biographisches Lexikon. Stuttgart 1997, p. 173.